Kansen(on)gelijkheid in het onderwijs

Jaardag CNV onderwijs

Op woens­dag 24 maart 2021 vond de jaar­dag van CNV-onder­wijs plaats over kansen(on)gelijk­heid. Ik kon de slotcon­clu­sies nog meemaken en was uit­ge­no­digd om af te sluiten met een kort woord en een ‘Onze Vader’. De bij­een­komst was digi­taal maar zover ik dat mee­ge­kre­gen heb, be­lang­rijk en prak­tisch, een echte hulp om een goede aan­dacht te kunnen geven aan leer­lin­gen die min­der kansen hebben…

Een samen­vat­ting van m’n woor­den:

Kansen(on)gelijk­heid

Ik wil jullie bedanken dat jullie vandaag bij dit thema hebben stil gestaan, want het is een zeer be­lang­rijk on­der­werp.

Een traditie…

Jullie zijn hiermee gaan staan in een lange traditie van katho­lie­ken en andere chris­te­nen, die vooral sinds de negen­tien­de eeuw zich ervoor hebben ingezet dat goed onder­wijs voor ie­der­een toe­gan­ke­lijk zou zijn om voor ie­der­een kansen te scheppen. Tien­tal­len reli­gi­euze in­sti­tu­ten (kloosterordes) zijn toen gesticht, vele daar­van gericht op onder­wijs voor ie­der­een. En tot in de zesti­ger jaren van de vorige eeuw waren de meeste basis­scho­len pa­ro­chie­scho­len. Zij wil­den gehoor geven aan de oproep die in het bekende woord van Jezus zit: “wat je aan de minsten der mijnen hebt gedaan, heb je aan mij gedaan” (Mt. 25, 40).

Niet zo goed te zien

De Nieuwe Bijbel Vertaling ver­taalt dat bekende woord “minsten” met: “onaanzien­lijken” en dat raakt een be­lang­rijke kern. Want het is vrijwel altijd zo dat wie veel kansen heeft dat graag laat zien en dat gebrek aan kansen, armoede, onge­lijk­heid, een slechte thuis­si­tua­tie zich ver­bergen. Niet voor niets is de oude uitdruk­king: “verborgen armoede”. Je moet goed kijken, signalen opvangen om het te kunnen zien, dat is in jullie gesprekken uit­ge­breid en goed aan de orde geko­men. Om de signalen te kunnen­op­vangen is het nodig ver­trouwen winnen, een per­soon­lijke relatie aan te gaan en het is vaak fijn en be­lang­rijk als je met iemand op situaties kunt reflec­te­ren en zo erva­ring kunt opbouwen. In deze Corona-tijd is dit probleem alleen scherper gewor­den…

Vier kenmerken

Vanuit de katho­lie­ke, chris­te­lijke tradities zou ik vier kenmerken willen noemen van goed onder­wijs, waardoor aan­dacht voor leer­lin­gen met min­der kansen wordt gegenereerd:

  1. Bij goed onder­wijs staat de persoon centraal en diens vor­ming en opvoe­ding, niet een object, niet pres­ta­ties en re­sul­taten, hoe be­lang­rijk die ook kunnen zijn. Als je les geeft, is het dus niet alleen nodig dat je je stof kent en goed kunt les­ge­ven, maar dat je het kind kent aan wie je les geeft. Als je John Latijn geeft, moet je niet alleen latijn kennen, maar ook John.
  2. Omdat het aller­eerst over vor­ming en opvoe­ding van jonge mensen gaat, is de band met de ouders van groot belang. Het gaat niet alleen om het kennen van de ach­ter­grond van een leer­ling, maar ook om het bewust­zijn dat je samen met hen staat voor de vor­ming van een men­se­lijke persoon, van dit kind.
  3. Een (katho­lie­ke) school is open voor ie­der­een. Het is een school die bepaalde waar­den uitdraagt gebaseerd op evan­ge­lie, geloof en de basis­waar­den van de katho­lie­ke sociale leer, maar die er is voor ie­der­een (die het schooltype aankan).
  4. Er is speciale aan­dacht voor de ‘onaanzien­lijken’, de ‘minsten’, de kansarmen, de kin­de­ren en jon­ge­ren die een ‘rug­zakje’ meedragen. Juist omdat de nood zich ver­bergt en omdat het om de mens gaat, om zijn geluk, zijn leven, zijn toe­komst, zijn ontplooiing, wil je alert zijn en bijdragen aan een persoons­ge­richt klimaat in de school.

Bron: https://www.arsacal.nl/?p=contentitem&id=2579&t=Kansenongelijkheid+in+het+onderwijs